
|
2.4 Een duurzame toekomst 2.4.1 De visie Hoe laten we de wereld na aan onze kinderen en kleinkinderen? En willen we zelf leven in een wereld waarin zuivere lucht steeds schaarser wordt, grondstoffen opraken en het leefklimaat door de uitstoot van bijvoorbeeld CO2 wordt verpest? De PvdA kiest voor een ander perspectief. Een perspectief dat uitgaat van duurzaamheid. Een perspectief dat uitgaat van de gedachte dat welvaart meer behelst dan koopkracht en economische groei. Daarin waren wij in het recente verleden succesvol. Het bewust zijn dat duurzaam handelen vanzelfsprekend moet zijn, is gegroeid onder burgers en bedrijven. De PvdA wil verder op de weg van duurzaam handelen door verduurzaming van ketens, door certificering van producten, duurzame inkoop van overheden en groene belastingen volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’. Het huidige nationaal klimaatbeleid kent ambitieuze doelen op het gebied van duurzame energie, energiebesparing en vermindering van uitstoot van broeikasgassen. Ons land behoort tot de kerngroep van landen die zich inzet voor een ambitieus internationaal klimaatbeleid. De lucht in ons land is schoner geworden en onze open ruimte wordt beter beschermd. Maar het is niet genoeg. We willen ambitie tonen. In 2020 moeten we de schoonste en meest efficiënte energievoorziening van Europa hebben. Dan zijn we minder afhankelijk van olie, uranium en gas uit het Midden-Oosten en Rusland. We stimuleren groene wetenschap, groene investeringen door particulieren, groene productiemethodes, verdere vergroening van belastingen, groene energie en een groen ruimtelijk beleid en verkeers- en vervoersbeleid. We scheppen nieuwe, groene banen en groei in sectoren waar er voor Nederland wereldwijd grote kansen liggen. En we realiseren een CO2-arme economie, een noodzakelijke voorwaarde om de toekomst van volgende generaties veilig te stellen. We stimuleren het vervoer van goederen over de waterwegen, ook de kleinere, onder voorwaarde dat dit duurzamer is. We willen in 2020 minimaal 20% duurzame energie, een 20% efficiëntere economie en 30% minder uitstoot van CO2 dan in 1990. Kernenergie zien wij niet als lange termijn oplossing om een duurzame samenleving te bereiken zolang een oplossing voor het afvalprobleem nog niet in zicht is. 2.4.2 De prioriteiten 1. Vergroening van het energieverbruik De PvdA wil de energievoorziening in hoog tempo verduurzamen. Dat betekent niet dat wij vinden dat de subsidie flink omhoog moet. Sterker nog, de vele subsidies kunnen beter plaatsmaken voor wettelijke normen die energiebesparing afdwingen en het aandeel van duurzame energie opvoeren. Subsidies aan energieproducenten voor groene stroom vervangen we door een verplicht aandeel groene stroom (35% in 2020). Veranderende subsidiestelsels zijn funest voor de wil om te investeren. De PvdA voorkomt wijzigingen daar waar mogelijk. De PvdA zal onderzoeken, mede op basis van het rapport ‘Nederland Krijgt Nieuwe Energie’, of het mogelijk is met andere partijen een duurzaamheidsakkoord te sluiten. We verplichten de energieleveringbedrijven om ook bij hun klanten energiebesparing te stimuleren. Kolencentrales moeten meer duurzaam stroom opwekken door duurzame biomassa bij te stoken. Met woningbouwcorporaties spreken we af dat hun woningvoorraad versneld geïsoleerd wordt. De eisen aan nieuwbouwhuizen gaan omhoog. Bestaande woningen moeten actief verduurzaamd worden. Energie-Coöperaties zullen worden bevorderd om bewoners, zowel huurders als eigenaren, te stimuleren in de eigen buurt te investeren in duurzame energie. 2. Uitbouw internationale voortrekkersrol Schone lucht en klimaatverandering houden niet op bij de grens. Daarom bouwt Nederland haar voortrekkersrol op internationaal gebied uit. Harmonisatie van belastingen op energie is in ieders belang. Zo voorkomen we oneerlijke concurrentie tussen bedrijven en overheden: een ‘race to the bottom’ ten koste van een duurzame wereld. We houden de Europese landen aan de ambitieuze doelstelling van 30% minder CO2-uitstoot in 2020. Deze doelstellingen moeten worden vastgelegd in een internationaal juridisch bindend klimaatverdrag. 3. Beter openbaar vervoer Modern openbaar vervoer is van groot belang om de bereikbaarheid van steden en dorpen te verbeteren. Het openbaar vervoer is een belangrijk duurzaam alternatief voor de auto. Een aantrekkelijk alternatief vraagt permanente verbetering. Veiligheid, betrouwbaarheid, betaalbaarheid en een optimale service zijn voor veel reizigers het belangrijkst bij het bepalen van een keuze voor vervoer. Slechte weersomstandigheden mogen de dienstregeling niet totaal in het honderd laten lopen. Stations moeten veilig zijn, treinen en bussen schoon, en de trein moet standaard uitgerust zijn met een internetverbinding. Om dat te realiseren zullen wij alle concessiehouders aanspreken en stimuleren om de dienstverlening verder te verbeteren. Dit vergt een sterkere positie van de overheid als opdrachtgever en concessieverlener. Over de hele linie moet het openbaar vervoer als één integraal systeem (trein, metro, tram, bus, taxi) een kwaliteitsverbetering ondergaan. Het openbaar vervoer moet beter bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar worden voor mensen met een beperking. Materieel, infrastructuur en dienstverlening moeten hierop worden afgestemd. De komende jaren staan miljarden investeringen gepland in nieuw spoor en nieuw materieel om in grote delen van Nederland het rijden zonder spoorboekje mogelijk te maken. We gaan daarbij niet het onzekere pad van marktwerking en aanbestedingen op en verwachten van de NS verdere investeringen in de dienstverlening. 4. Stimuleren verantwoord autogebruik We willen het autogebruik op een eerlijke manier belasten en de bereikbaarheid verbeteren. Het gebruik van de auto is de basis voor belasting en niet het bezit. In plaats van het bezit wordt het gebruik van de auto belast naar milieubelasting, plaats en tijd. Verder stimuleren wij het deelautogebruik. Voor vrachtauto’s wordt het systeem ingevoerd waarmee in Duitsland goede ervaringen zijn opgedaan. Met het aanleggen van nieuwe wegen betrachten wij grote terughoudendheid. Duurzame inpassing in het landschap is altijd voorwaarde. Nederland moet tot proeftuin worden gemaakt van elektrisch vervoer. 5. Stimuleren fietsgebruik We willen het fietsgebruik stimuleren, omdat hiermee niet alleen de bereikbaarheid en het milieu wordt verbeterd, maar ook de gezondheid wordt bevorderd. Het aantal snelfietsroutes tussen woon- en werklocaties en de stallingplekken bij treinstations wordt sterk uitgebreid. De verkeersveiligheid van kwetsbare verkeersdeelnemers wordt bevorderd. Vernieuwend fietsbeleid in gemeenten en provincies wordt ondersteund. 6. Natuurherstel vergt doorzetten Vitale natuur is onmisbaar in een leefbare samenleving. De natuur herstelt zich langzaam, maar blijft kwetsbaar. Daarom werken we stug door aan het netwerk van beschermde natuurgebied en in ons land, de Ecologische Hoofdstructuur. Van het Geuldal in Limburg tot het Drentsche Aa gebied in het noorden, van de Waddenzee via het Bargerveen tot de Biesbosch. Als er minder geld is, nemen we er meer tijd voor. Het veranderende klimaat dwingt ons de komende decennia natuurbescherming, recreatie en waterbeheer met elkaar te combineren. Betere bescherming van de kust is hoogst noodzakelijk en de rivieren vragen om meer ruimte. We kunnen ons geen overstroming permitteren. De komende jaren dient een visie ontwikkeld te worden op de drinkwatervoorziening met bijzondere aandacht voor bijvoorbeeld het eigendom en de betekenis van drinkwater als exportartikel. We hebben ook een verantwoordelijkheid voor natuur buiten Nederland. We gaan actief ontbossing tegen. Zo verbieden we, liefst in Europees verband, de handel in illegaal gekapt hout. We voeren strenge, bindende duurzaamheidscriteria in voor biobrandstoffen. 7. Ruimtelijke ordening De verrommeling van ons landschap moet stoppen. Niet ieder dorp hoeft een eigen industrieterrein. De provincies krijgen een sterkere rol in het ruimtelijk beleid en zullen op regionaal niveau onvermijdelijke keuzes moeten maken. Investeringen van de rijksoverheid in infrastructuur moeten altijd in samenhang met ruimtelijke ordening en woningbouw plaatsvinden. De verschillende fondsen voegen we daarom samen in één MIRT (Milieu Infrastructuur Ruimte en Transport)-fonds. Het Nederlandse landschap is iets om trots op te zijn. We zullen echter moeten blijven investeren om het te behouden en te versterken. Een goede balans tussen landbouw, cultuurhistorie, natuur, recreatie, wonen en kleinschalige bedrijvigheid is daarbij een voorwaarde. Er moeten duidelijke keuzes gemaakt worden om de kwaliteit van het platteland te waarborgen. Economische groei moet niet langer ten koste gaan van milieu, welzijn, gezondheid en de groene ruimte. Creatieve oplossingen op dit gebied zullen worden gestimuleerd. 8. Landbouw en intensieve veehouderij De voedselproductie kan en moet duurzamer. Economie en ecologie moeten ook op het platteland hand in hand gaan. De biologische land- en tuinbouw kan daarbij een belangrijke voortrekkersrol vervullen. Het voorzorgprincipe is leidend om voedselveiligheid te garanderen. Dat betekent dat het belang van de volksgezondheid prevaleert boven economische belangen. We moeten toe naar een vitale, gezonde en duurzame landbouw, waarbij we efficiënt omgaan met bodem, grondstoffen en energie en bijdragen aan een landschap dat karakteristieke waarde weet te behouden. De intensieve veehouderij blijft botsen met de volksgezondheid, het milieu, het dierenwelzijn en de kwaliteit van ons landschap. Het maatschappelijk draagvlak neemt steeds verder af. De overheid neemt zodanige maatregelen dat de sector veel sneller tegemoet zal moeten komen aan de eisen die de samenleving stelt aan verantwoorde veehouderij. Er komt een verbod op de nertsenhouderij. We perken het gebruik van antibiotica in de veehouderij sterk in. Het aantal dierproeven dringen we verder terug. Het vervoer van dieren door heel Europa moet sterk worden teruggedrongen en daar waar nog nodig aan veel strengere eisen voldoen, zodat wantoestanden worden uitgebannen. De PvdA is voorstander van het verlagen van Europese landbouwsubsidies. We hebben de Europese boeren hard nodig, maar wel op een andere manier. Oude inkomens- en exportsubsidies en de genereuze opkoopregelingen moeten plaatsmaken voor Europees beleid dat is gericht op versterking van het platteland en verduurzaming van landbouw en veeteelt. Dat is goed voor het landschap, de ecologie en biodiversiteit en het voorkomt dat we de internationale handel in landbouwproducten verstoren. Daar hebben juist ontwikkelingslanden veel last van. Het Nederlands en Europees visserijbeleid moet gericht zijn op het in stand houden van de ecologie van de zee. De visstand moet beschermd worden en ruimte krijgen zich te herstellen. Daarom willen we de Nederlandse visserijvloot verkleinen en strenge, door de wetenschap en de visserij samen vastgestelde, visquota handhaven. We willen zeereservaten in de Noordzee, waar, afhankelijk van het effect op de ecologie, geen of in beperkte mate economische activiteit mag worden ontplooid en waar de natuur en visstand zich kunnen herstellen. Het Europees visserijbeleid wordt omgevormd, subsidies voor de grootschalige visserijvloot worden afgebouwd en kleinschalige en duurzame visserij wordt gestimuleerd. 9. Maatschappelijk verantwoord ondernemen Het bedrijfsleven speelt een belangrijke rol in de bevordering van duurzaamheid en ontwikkeling in ontwikkelingslanden. Om voorlopers binnen het bedrijfsleven aan te moedigen en achterblijvers aan te sporen tot een fatsoenlijk sociaal en duurzaamheidbeleid, is vanuit de overheid een combinatie nodig van positieve prikkels, sancties en regelgeving. De overheid zet zich in voor uitbreiding van de mogelijkheden om extraterritoriale schendingen van mensenrechten door Nederlandse bedrijven (zoals dwangarbeid of kinderarbeid) strafrechtelijk te vervolgen. Een rechtsbijstandfonds voor benadeelden van investeringen van bedrijven wordt opgericht. Tenslotte moeten bedrijven meer inzicht geven in de relatie moederbedrijf en dochterbedrijven in jaarverslagen.
|