Terug

 

GroenLinks

Noemt gelijkstroom alleen voor energietransport (HVDC), maar heeft nog geen standpunt over een gelijkspanninginfrastructuur.

Groene economie

Duurzaam ondernemen is al lang geen modegril meer. In Europa trekt geen enkele energiebron zoveel investeringen aan als windmolens. In Nederland hebben groene bedrijven zich verenigd in De Groene Zaak, om een progressief geluid van werkgevers te laten horen. Steeds meer boeren gaan biologisch. Elke zakenman die verder denkt dan zijn eigen jaarbonus weet het: groen ondernemen heeft de toekomst.

Ook de Nederlandse burgers willen vooruit. Ze stappen massaal over op groene stroom. Ze plaatsen zonnepanelen op hun dak. Ze komen in actie tegen varkensflats. Het Brabantse burgerinitiatief ‘Megastallen Nee’ verzamelde tienduizenden handtekeningen. Het besef is er: een land dat werkt aan duurzaamheid en groen, werkt aan zijn geluk.

En wat doet de overheid? Die staat de bouw van vier nieuwe kolencentrales toe en investeert nauwelijks in groene energie. Zij laat de vee-industrie uitdijen en stuurt brieven naar Brussel om te klagen over dat lastige Europese natuurbeleid. De politiek laat vooruitziende ondernemers en consumenten in de steek.

GroenLinks kiest partij voor de vernieuwers. Zij zijn gebaat bij duidelijke milieuregels, want die helpen innovatieve bedrijven de markt te veroveren. Zo sturen we de economie in een groene richting. Zo scheppen we banen met toekomst.

Met schone technologie, uitmuntend onderwijs, toponderzoek en sterke groene bedrijven kan Nederland een voorsprong nemen in de wereldeconomie. We hebben een kans om de energie en de mobiliteit van de toekomst uit te vinden. De materialen die duurzaam en recycleerbaar zijn. Gezond voedsel zonder de bijsmaak van dierenleed of vervuiling. De watertechnologie die ontwikkelingslanden behoedt voor misoogsten en overstromingen. Financiële diensten die durfkapitaal voor investeringen aantrekken, in plaats van flitskapitaal voor speculatie. Wetenschap, kunst en creatieve industrie vormen de ideeënmotor van deze innovatieve economie.

Nieuwe energie

Groen is het meest belovende exportartikel in een wereld die linksom of rechtsom duurzamer wordt. Ook op korte termijn is groene politiek winstgevend. Energiebesparing verlaagt de stroom- en gasrekening, maakt ons minder afhankelijk van olie-import en schept nieuwe banen. Alleen al het isoleren van oude huizen levert jaren werk op voor tienduizenden bouwvakkers. De bewoners krijgen meer wooncomfort voor minder geld. Vergroening van onze energie- en belastingpolitiek maakt ook hernieuwbare energie rendabel. Als investeringen sneller worden terugverdiend, kan Nederland uit de Europese achterhoede komen. Onze bedrijven kunnen koploper worden in windparken op zee, aardwarmte en echt duurzame biobrandstoffen. Burgers kunnen de macht van vuile energieproducenten doorbreken, door zelf stroom te gaan opwekken uit zon en wind. Duitsland laat zien wat het consequent bevorderen van grote en kleine initiatieven oplevert. Dat land verwacht al rond 2020 meer groene dan grijze stroom te produceren. Ons klimaatbeleid is verknoopt met dat van onze buren. 20 Procent hernieuwbare energie in 2020 is een harde Europese afspraak. GroenLinks wil de landen van Europa ook letterlijk met elkaar verbinden. Een Europees netwerk van efficiënte hoogspanningskabels moet onze elektriciteitsvoorziening robuust maken. Dit supernet vangt de schommelingen in het aanbod van groene energie op. Als het op de Noordzee even niet waait, krijgen we zonnestroom uit Spanje, of zelfs uit de Sahara.

Duurzame landbouw

Alleen al de zon biedt duizendmaal meer energie dan de mensheid nodig heeft. Met groene technologie kunnen we het fossiele tijdperk achter ons laten. Maar techniek lost niet alle milieuproblemen op. We moeten ook kritisch naar ons gedrag kijken. Naar overdadige vleesconsumptie, bijvoorbeeld. Onze vee-industrie degradeert dieren tot machines, vervuilt de natuur en vergroot het risico dat dierziekten zoals de Q-koorts op mensen worden overgedragen. Het veevoer slepen we aan van over de hele wereld. Tropisch bos wordt gekapt om soja te verbouwen voor onze varkens. Dat kan en moet anders. We hoeven niet allemaal vegetariër te worden, maar één vleesloze dag in de week maakt al verschil.

Bewuste consumenten verdienen een betere landbouw. Nog altijd subsidieert het Europese landbouwbeleid milieubederf en dierenleed. Overproductie scheept boeren af met lage prijzen. GroenLinks wil dat Nederland voortrekker wordt van een nieuwe landbouwpolitiek. Een politiek die kwaliteit boven kwantiteit stelt en meer marktmacht geeft aan boeren. Zij moeten de handen ineen kunnen slaan, om een betere prijs te bedingen bij supermarktketens en de voedingsindustrie. Boeren verdienen ook een goede beloning voor hun diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer. Zo worden boeren partners bij een opknapbeurt van het landschap, die meer ruimte schept voor water en recreatie. Zo gaan onze landbouwers meebouwen aan een mooier Nederland.

Programmapunten Groen loont

  1.  De nieuwe regering krijgt een minister van Duurzaamheid en Ruimte, die Milieu, Natuur, Energie, Landbouw, Visserij, Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening onder zich heeft. Deze minister stelt een agenda op voor efficiënt (her)gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

  2. De overheid ondersteunt op alle mogelijke manieren maatschappelijk verantwoord ondernemen. Zij gaat duurzaam inkopen en groen aanbesteden. Zij verleent snel vergunningen aan groene initiatieven van burgers en bedrijven.

  3. De overheid richt een Groene Investeringsbank op, die gunstige kredieten beschikbaar stelt voor groene investeringen en duurzame woningbouw.

  4. Kleine en nieuwe bedrijven krijgen meer kans op overheidsopdrachten, zodat zij (groene) innovaties sneller op de markt kunnen brengen.

  5. Nederland maakt zich sterk voor strenge Europese voorschriften voor producten en productieprocessen, die aanzetten tot een zuinig gebruik van energie, water en grondstoffen. Bedrijven worden gestimuleerd om warmte, water en restproducten uit te wisselen voor hergebruik.

  6. Nederland streeft naar 3 procent energiebesparing per jaar. Via kredietgaranties wordt het besparingspotentieel in de industrie benut.

  7. Eigenaren van oude huizen krijgen een tegemoetkoming om de kosten van woningisolatie sneller terug te verdienen. Ook energiebedrijven en woningcorporaties investeren in woningisolatie. Huurders en huiseigenaren met lage inkomens krijgen daarbij voorrang, zodat zij als eersten kunnen profiteren van een lagere energierekening.

  8. Er komt toezicht op de naleving van de energielabelplicht bij verkoop of verhuur van gebouwen.

  9. Het Bouwbesluit mag de groene ambities van gemeenten niet in de weg staan; gemeenten mogen verdergaande duurzaamheidseisen stellen dan het Bouwbesluit voorschrijft.

  10. Binnen 5 jaar wordt alle nieuwbouw minstens energieneutraal, te beginnen met alle nieuwe gebouwen van de rijksoverheid.

  11. Er komt een statiegeldsysteem voor blikjes en kleine petflessen. De vervuiler betaalt

  12. Alle subsidies die niet passen in een duurzame economie worden afgebouwd. Resterende subsidies worden, waar mogelijk, vervangen door overheidsgaranties en -kredieten.

  13. Het belastingstelsel wordt vergroend, ook op provinciaal en gemeentelijk niveau. Bestaande milieubelastingen op verpakkingen, energie, afvalstoffen en brandstoffen worden verhoogd. De opbrengsten van deze belastingen worden gedeeltelijk gebruikt om de belasting op arbeid en de loonkosten voor met name laagbetaalde arbeid voor werkgevers te verlagen.

  14. In 2020 is de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen minstens 30 procent lager dan in 1990. Binnen de EU pleit de regering voor een reductiedoel van min 40 procent in 2020 en tenminste min 90 procent in 2050, alsmede voor een eerlijke lastenverdeling.

  15. Nederland knokt voor verbetering van het Europese stelsel van handel in emissierechten: het veilen van alle emissierechten in plaats van gratis weggeven en een minimumprijs per ton broeikasgas die innovatie stimuleert.

  16. Er komt een milieubelasting op de uitstoot van broeikasgassen in sectoren die niet onder de Europese emissiehandel vallen. Deze belasting stimuleert ondernemers om in groene innovatie te investeren.

  17. Grootverbruikers gaan, net als consumenten, een energieheffing betalen.

  18. Er komt een strenge CO2-norm voor nieuwe energiecentrales, die de bouw van kolencentrales verhindert. Bestaande kolencentrales gaan een kolenbelasting betalen, zolang de Europese emissierechten te goedkoop zijn.

  19. Nederland kiest voor aardgas, de minst vervuilende fossiele brandstof, zolang de overgang naar een duurzame energievoorziening nog niet is voltooid. De regering pleit in EU-verband voor een gemeenschappelijke energiepolitiek om de Europese gasvoorziening zeker te stellen.

  20. Opslag van CO2 wordt door elektriciteitsproducenten zelf betaald. Experimenten vinden niet plaats onder bewoond gebied. Er wordt rekening gehouden met de gevolgen voor kwetsbare natuurgebieden.

  21. De kerncentrale in Borssele wordt gesloten. Er komen geen nieuwe kerncentrales voor energieopwekking.

Nieuwe energie

  1. Er komt een Deltawet nieuwe energie. Die zorgt voor voldoende bestuurskracht en middelen om het doel van 20 procent hernieuwbare energie in 2020 te halen. Zowel voor groene stroom als voor duurzame energie ten behoeve van verwarming komt er een specifiek doel van 35 procent in 2020.

  2. Zelf opwekken van energie door burgers, bedrijven, lokale en regionale overheden wordt krachtig bevorderd. Nederland voert het Duitse feed-in systeem in, zodat burgers en bedrijven die groene stroom produceren daarvoor altijd een garantieprijs ontvangen. Bureaucratische obstakels verdwijnen.

  3. Energiebedrijven worden verplicht een jaar op jaar toenemend aandeel duurzame energie te produceren.

  4. De overheid selecteert en regelt voldoende locaties voor windmolens op het land en geeft concessies uit aan uitbaters. De inkomsten worden opnieuw geïnvesteerd in groene energie.

  5. Er komt een spoedwet voor wind op zee, gericht op 10.000 megawatt Noordzeestroom in 2020. Geplande investeringen voor de komende 10 jaar worden naar voren gehaald.

  6. Er komt snel een ‘stopcontact op zee’, dat windstroom van de Noordzee afvoert en verdeelt. Nederland ijvert binnen de EU voor een ondergronds en onderzees supernet van hoogspanningskabels op gelijkstroom, dat de belangrijkste aanbod- en vraaglocaties van groene stroom met elkaar verbindt.

  7. Nederland zet zich in voor bindende Europese duurzaamheidseisen voor alle vormen van bio-energie. Bij biobrandstoffen worden de effecten op het landgebruik meegewogen, zodat de teelt ervan niet ten koste gaat van natuur, voedselvoorziening en inheemse volkeren.

Duurzame landbouw

  1. Boeren krijgen meer mogelijkheden om een deel van hun inkomen te verdienen met de ontwikkeling van (agrarische) natuur, recreatie, dienstverlening en zorg.

  2. De overheid bevordert duurzame innovaties op het platteland, zoals biologische landbouw, energieleverende kassen en regionale afzetcoöperaties.

  3. De overheid bevordert het herstel van de band tussen stad en platteland en tussen boer en burger, onder andere via boerencoöperaties rond stedelijke gebieden en door educatie over gezondheid en voedsel.

  4. Nederland dringt de vervuiling van bodem, water en lucht door grootschalige landbouw terug; de veestapel wordt verkleind.

  5. Het gebruik van (preventieve) antibiotica in de veehouderij wordt fors teruggedrongen, om het ontstaan van resistente bacteriestammen tegen te gaan.

  6. Voor vlees gaat het hoge btw-tarief gelden.

  7. Nederland bepleit in Europees verband dat plantaardige producten uit de biologische landbouw worden vrijgesteld van btw.

  8. Nederland ijvert voor een ingrijpende herziening van het EU-landbouwbeleid, waarbij: a) mondiale en regionale voedselzekerheid, bescherming van natuurlijke hulpbronnen, eerlijke handel met ontwikkelingslanden en een redelijk inkomen voor boeren voorop staan; b) exportsubsidies onmiddellijk worden afgeschaft en structurele overschotten worden tegengegaan; c) biologische en diervriendelijke landbouw krachtig wordt bevorderd; d) subsidies worden omgevormd tot betalingen voor de groene en blauwe diensten die boeren en andere grondbeheerders leveren aan de samenleving; e) het EU-mededingingsbeleid zodanig wordt aangepast dat boeren meer marktmacht krijgen ten opzichte van voedselverwerkers en supermarkten.

  9. Voor genetische modificatie geldt het voorzorgsprincipe, ter bescherming van het milieu en de gezondheid. Genetische modificatie wordt in de Nederlandse landbouw niet toegepast, zolang de veiligheid voor mens en natuur niet is gegarandeerd. Telers van gengewassen en toeleveranciers worden volledig aansprakelijk voor (milieu)schade. 38. Nederland pleit binnen de EU voor betere etikettering van gentech-producten.

  10. Nederland verzet zich tegen het verlenen van octrooien op genen en levende organismen.

  11. De overheidssteun voor landbouwonderzoek richt zich met name op een duurzamer gebruik van water, voedingsstoffen, energie en grond, alsmede op de verhoging van de ziekteresistentie van gewassen en dieren. Nederlandse natuur

  12. Om de milieuvoorwaarden voor gezonde natuur te scheppen en de biodiversiteit te vergroten, worden vermesting, verdroging, stikstofuitstoot en slechte waterkwaliteit volgens EU-richtlijnen aangepakt. Nederland spant zich in Europees verband in voor optimaal herstel van de biodiversiteit, door behoud van de EU-natuurrichtlijnen, zoals de vogel- en habitatrichtlijnen, en door bescherming van de Natura 2000-gebieden.

  13. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) wordt in 2018 voltooid. Ook de bescherming van de Natura 2000-gebieden komt zonder verdere vertraging tot stand. Daarvoor wordt meer geld uitgetrokken. Om de verwerving van gronden voor de EHS te versnellen wordt tijdig een passend bod uitgebracht en worden zo nodig onteigeningsprocedures gestart om de laatste gronden te verwerven. Ook natuurwaarden buiten de EHS krijgen voldoende bescherming.

  14. In de grotere natuurgebieden worden zo veel mogelijk natuurlijke processen nagestreefd, door onder meer de jacht te verminderen en te stoppen met bijvoeren.

  15. Agrarisch natuurbeheer krijgt een plaats binnen de EHS wanneer dit reële winst voor de natuur oplevert. Als dat geld uitspaart, wordt dit besteed aan natuurdoelen.

  16. Er komen weidevogelkerngebieden, waar voor de boerenbedrijven de zorg voor broedende weidevogels belangrijker is dan veeteelt.

  17. In het wild levende dieren worden in principe met rust gelaten. Als dieren belangrijke schade veroorzaken of een bedreiging vormen voor de volksgezondheid of veiligheid, wordt alleen bij uiterste noodzaak en als er geen alternatieven zijn het doden van een deel van deze dieren toegestaan. Deze beheersjacht wordt streng gecontroleerd. Er wordt meer geïnvesteerd in diervriendelijke methoden voor schadebestrijding, zoals bij muskusratten.

  18. De regering werkt samen met maatschappelijke organisaties aan een opknapbeurt voor het landschap, gericht op herstel van kenmerkende cultuurlandschappen door aanleg van heggen, houtwallen en akkerranden.

  19. In natuurgebieden als de Noordzee, de Waddenzee, de Zuid-Hollandse en Zeeuwse Delta en De Peel is geen plaats voor schadelijke economische activiteiten als gasboring en landaanwinning.

  20. Nederland draagt bij aan voldoende zeereservaten in de Noordzee, zodat de visstand zich kan herstellen.

  21. Nederland bepleit de stapsgewijze invoering van het ‘nee tenzij’-principe in het Europese visserijbeleid: commerciële vangst wordt alleen nog toegestaan als het ecosysteem gezond is en uitsluitend de natuurlijke aanwas aan vis wordt weggevangen.

  22. Door betere visserijmethoden wordt bijvangst zoveel mogelijk voorkomen. De resterende bijvangst wordt aan wal gebracht en verwerkt. Dieren hebben rechten

  23. Dieren hebben een eigen intrinsieke waarde. Derhalve hebben zij recht op een respectvolle behandeling en moet met hun belangen zorgvuldig rekening worden gehouden. Dierenrechten worden opgenomen in de Grondwet en in een bindend Europees handvest.

  24. De vee-industrie wordt stapsgewijs afgebouwd. Landbouwdieren gaan weer buiten scharrelen, grazen en wroeten.

  25. Er komt een verbod op het houden van nertsen en andere pelsdieren ter verkrijging van hun pels. Nederland streeft in Europees verband naar een volledig verbod op handel in en import van bontproducten.

  26. Landbouwdieren worden ingeënt tegen ziektes als vogelgriep en MKZ, zodat grootschalig doden achterwege kan blijven.

  27. Veetransporten worden aan banden gelegd. Slachtvee mag niet langer dan 4 uur worden vervoerd.

  28. Er komt een verbod op dieronvriendelijke ingrepen, zoals het castreren van biggen. 58. Nederland zet zich in voor een Europees (import)verbod op zeer dieronvriendelijke producten zoals 'foie gras'.

  29. Het doden van overwinterende ganzen wordt alleen toe gestaan als alle alternatieven zijn uitgeput.

  30. Voor beroepsvissers en viskwekers worden methoden voorgeschreven waarbij vissen niet of nauwelijks lijden.

  31. Dierproeven worden uitgefaseerd. Als eerste stap worden dergelijke proeven alleen nog toegestaan als dat de enige manier is om substantiële verbetering van de volksgezondheid te bereiken. De transparantie rond de methoden en resultaten van dierproeven wordt vergroot. Er komt meer geld voor alternatieve testmethoden.

  32. Er komen welzijns- en gezondheidsvoorschriften voor de handel in huisdieren. Nederland streeft, ook in Europees verband, naar een verbod op de invoer van exotische dieren.

  33. Fokken van huisdieren op kenmerken die het welzijn van een dierenras bedreigen wordt verboden. Er komt een beperkte lijst van alle diersoorten die als huisdier mogen worden gehouden.

  34. Er komt een certificering voor dierenasielen en opvangcentra. Dierenwelzijn is daarbij een belangrijk criterium.

  35. Vermaak en sport met dieren waarbij aantoonbaar is dat het welzijn van dieren ernstig wordt geschaad, worden verboden. Er komt een wettelijk verbod op het gebruik van wilde dieren in circussen. Bewust consumeren en produceren

  36. Er komt een Wet openbaarheid van productie en ketens. Deze geeft consumenten recht op informatie over de naleving van internationale normen op het gebied van mensenrechten, milieu en arbeid door bedrijven en hun toeleveranciers, ook buiten Nederland, alsmede over de milieubelasting van producten en diensten.

  37. Nederlandse multinationals worden aansprakelijk gesteld voor overtredingen van internationaal erkende normen door hun buitenlandse dochters en toeleveranciers. Nederland zet zich in voor nieuwe, bindende internationale normen voor de bescherming van biodiversiteit en dierenwelzijn.

  38. Grote bedrijven worden verplicht een jaarlijkse rapportage op te stellen over hun prestaties op het gebied van mensenrechten, arbeidsnormen en milieu.

  39. Overheden verlangen van elk bedrijf dat in aanmerking wil komen voor overheidssteun of -aanbestedingen dat het aantoonbaar voldoet aan internationaal erkende normen.

  40. Bij inkopen en aanbesteden geven overheden het goede voorbeeld, door te kiezen voor producten met keurmerken als Fairtrade, Forest Stewardship Council, Marine Stewardship Council en EKO of met betrouwbare certificeringsystemen.

  41. De overheid stelt eisen aan banken waarmee zij zaken doet. Deze dienen wat betreft duurzaamheid te behoren tot de best presterende in de bancaire sector.

  42. De overheid geeft meer voorlichting over de schadelijke milieueffecten van het eten van vlees.