|
Terug
 |
D66 is voorstander van gelijkspanning.
|
Anders energie opwekken en gebruiken
D66 wil dat energie schoon,
betrouwbaar, betaalbaar en voor iedereen toegankelijk
is. Om dat te bereiken moeten we nu durven te kiezen
voor een radicale omslag voor overgang naar een duurzame
energiehuishouding. Nederland dient zich hier ook in
Europa voor in te zetten. Onze samenleving moet in 2050
geheel zonder fossiele brandstoffen kunnen (‘Verklaring
van Utrecht’).
Deze omslag levert Nederland vele voordelen op:
langere termijn zekerheid van betaalbare energie,
prijsstabiliteit, terugdringen van onze afhankelijkheid
van het energie-infuus vanuit instabiele regio’s als het
Midden-Oosten en een drastische vermindering van onze
broeikasgasuitstoot en andere vervuiling. Deze omslag
levert ook nieuwe werkgelegenheid op door innovatie in
de energiesector. Met nieuwe kansen voor bedrijven om
opgedane kennis en ervaring te exporteren. Daarmee
bereiken we duurzame welvaart, die niet ten koste gaat
van toekomstige generaties.
D66 is in de regel voor een bescheiden overheid, maar
hier zal de overheid de regie in handen moeten nemen. De
‘markt’ kan en zal deze problematiek namelijk niet
alleen oplossen. De overheid zorgt voor een stimulerend
en richtinggevend investeringsklimaat, zodat
investeringen in hernieuwbare energie voor lange tijd
kunnen worden gerealiseerd. De overheid stelt scherpe
eisen en strenge normen, in combinatie met redelijke
termijnen, waaraan de markt moet voldoen. De overheid
zorgt voor een gelijk speelveld, waardoor valse
concurrentie geen belemmerende rol kan spelen. De
overheid zorgt voor vergroening van ons
belastingsysteem.
D66 ziet dat de gewenste energietransitie tot op
heden te langzaam op gang komt. Er is bij consumenten
nog te weinig bewustzijn over het belang van
energiebesparing en te weinig kennis over hoe dat te
bereiken. Slim omgaan met energie krijgt te weinig
prioriteit, ook doordat er vanuit de overheid
onvoldoende over de lange termijn wordt nagedacht.
Daardoor is het huidige systeem te ambtelijk, subsidies
te zeer versnipperd, en beleid inconsistent. Het gevolg
is investeringsonzekerheid, doordat de overheid geen
betrouwbare partner is voor burgers en bedrijven.
D66 ziet dat onze huidige welvaart en economische
ontwikkeling vooral gebaseerd zijn op de goedkope
beschikbaarheid van olie, kolen en gas. Wij naderen het
punt waarop deze belangrijke fossiele energiebronnen
uitgeput raken. Bovendien brengen we met het gebruik van
deze brandstoffen onomkeerbare en onherstelbare schade
toe aan ons leefmilieu, aan het klimaat en aan de
biodiversiteit op onze aarde. Toenemende schaarste van
essentiële fossiele energiebonnen zal ook leiden tot
grotere politieke instabiliteit.
D66 ziet dat Nederland bij de ontwikkeling van een
duurzame energiehuishouding al jaren achterblijft bij
een groot aantal andere Europese landen, zoals
Duitsland, Denemarken, Spanje en Portugal. Nederland zal
alles uit de kast moeten halen om in 2020 het - in
Europa afgesproken - verplichte aandeel van minimaal 14%
hernieuwbare energie te verwezenlijken. De breed
gedragen Nederlandse ambitie van 20% vereist dat echt
alle zeilen bij worden gezet.
D66 ziet dat de wereld er niet in slaagt gezamenlijk
bindende afspraken te maken. In een houdgreep van
besluiteloosheid strompelden we naar de klimaattop in
Kopenhagen om daar, na weken onderhandelen, zonder
tastbaar resultaat weer uit elkaar te gaan. Dat falen
heeft de noodzaak van harde, internationale
overeenkomsten met betrekking tot duurzame
energieproductie verder vergroot.
Het realiseren van een duurzame energiehuishouding is
van groot belang. Daarvoor is nodig: direct en
aanzienlijk beperken van onnodig energiegebruik,
versneld gebruik gaan maken van hernieuwbare
energiebronnen en - waar fossiele energie nog
onvermijdelijk is - deze zo efficiënt en duurzaam
mogelijk opwekken. Volgens D66 gaat dit gepaard met een
omslag van centrale naar duurzame lokale opwekking.
Behalve overheid en bedrijfsleven heeft ook het
individu een rol in de transitie naar een duurzame
samenleving. Sterker nog, juist consumenten hebben
directe invloed op het bewerkstelligen van werkelijke
veranderingen. Ieder individu draagt een eigen
verantwoordelijkheid voor de omgeving waarin hij of zij
leeft. Het is daarom belangrijk dat fors wordt
geïnvesteerd in de verdere bewustwording van
consumenten, in kennis over energiebesparing, en in
gedragverandering.
Dit alles kan niet gerealiseerd worden zonder
bindende klimaatdoelstellingen over grenzen heen. Nu is
de kans om, vanuit de kleine gebaren, de grote slagen te
maken. Als het aan D66 ligt wacht Europa niet langer op
de Verenigde Staten en China, maar nemen we de vlucht
naar voren: Europa-breed kiezen voor schone energie.
Wind, water en zon in plaats van olie, kolen en gas.
D66 is voor het principe ‘de vervuiler betaalt’. Dat
geldt op alle niveaus: voor het individu, voor bedrijven
en voor overheden. Het creëren van een gelijk speelveld
voor ‘vuile’ en ‘schone’ technologieën betekent onder
meer dat de maatschappelijke (ecologische) kosten van
energieproductie en –gebruik moeten worden toegerekend
aan de bron. D66 is voor een actieve rol voor de
overheid om de transitie in goede banen te leiden en de
economie structureel te verduurzamen. We moeten weg van
de vrijblijvende convenanten en intentieverklaringen, en
met meer durf en ambitie dwingender afspraken maken. D66
staat voor de belangen van volgende generaties. De aarde
is niet van ons. Energiebesparing, duurzame
energieproductie en vergroening van onze economie zijn
niet alleen noodzakelijk om de aarde in de nabije
toekomst leefbaar te houden. Ook de kinderen van de
toekomst hebben recht op een schone wereld.
Energiebesparing in de gebouwde omgeving
Veel energiebesparingsmaatregelen in en rond woningen
verdienen zichzelf snel terug. Vaak zonder subsidies.
Toch worden veel verbeteringen niet doorgevoerd en
blijven veel subsidies ongebruikt. D66 wil
energiebesparing als hoogste prioriteit stellen. Geld
ter beschikking stellen alleen is niet voldoende: om
energiebesparing echt tot een succes te laten worden
moet de overheid op een breed front inzetten en door een
combinatie van financiële prikkels en verplichtingen
investeringen op gang te brengen. Voor nieuw te bouwen
woningen en kantoren zullen strenge normen gelden, maar
met alleen het verduurzamen van nieuwbouw gaat de
transitie te langzaam. Er staan ongeveer 7 miljoen
woningen en gebouwen in Nederland; het is noodzakelijk
om de bestaande woningvoorraad prioriteit te geven.
- Energiezuinige sociale woningen. Ongeveer 35%
van de bestaande woningvoorraad in Nederland is
sociale woningbouw en is in bezit van
woningcorporaties. D66 wil de woningmarkt hervormen:
het verduurzamen van de sociale woningbouw is daar
een belangrijk onderdeel van. D66 wil daarom een
CO2-reductieverplichting vaststellen voor
woningcorporaties. D66 wil de sociale huursector
verplichten om in de periode tot 2020 de woningen
met de laagste energielabels met drie labelklassen
te verbeteren. Ook hier geldt dat op niet-naleving
sancties staan. Een probleem is dat wanneer
woningcorporaties investeren in de isolatie van
huizen, zij dit niet eenvoudig kunnen terugverdienen
door de huur te verhogen. Het is hierdoor voor hen
niet rendabel om deze investeringen te doen. D66 wil
deze problematiek oplossen door de introductie van
een ‘totale woonlasten’ aanpak. In dat geval kunnen
woningcorporaties de investeringen in
energiebesparing verrekenen met het verhogen van de
huur, terwijl de totale woonlasten voor de bewoner
niet omhoog gaan omdat de energiekosten dalen. Om de
besparingen te realiseren moeten woningcorporaties
meer samenwerken met energiebedrijven voor
technische ondersteuning, met gemeenten voor snelle
uitvoering en met banken om de investeringen te
financieren. Tevens moet de wet aangepast worden
zodat huurders deze investeringen niet kunnen
blokkeren.
- Energiezuinige koopwoningen. Ook koopwoningen
moeten energiezuiniger worden. D66 stelt voor om
kopers van een huis verplicht een verbetering in het
energielabel van hun woning te laten maken. Ieder
jaar worden zo’n 300.000 huizen verkocht. Ieder huis
dat aangekocht wordt moet verplicht een energielabel
aanvragen. Dit moet zo worden uitgevoerd dat de
koper van het huis de extra investering binnen 7
jaar terug kan verdienen. Met name slecht
geisoleerde woningen (G-label) moeten zo snel
mogelijk naar het B-niveau worden getild. De extra
investeringen kunnen (‘groen’) gefinancierd worden
via de hypotheek. Voor bijzondere gebouwen zoals
monumenten kan een uitzondering worden gemaakt.
- Makkelijker isoleren. Particuliere huiseigenaren
stuiten vaak op administratieve en organisatorische
lasten bij het isoleren van hun huis. D66 pleit voor
instappaketten waarbij huiseigenaren eenvoudig
kunnen intekenen en waarbij de overheid de
administratieve lasten en vergunningen overneemt.
Energiebewustzijn bij consumenten Onze huidige
consumptiemaatschappij heeft een groot effect op ons
energieverbruik. Juist de burger/consument heeft directe
invloed om werkelijke veranderingen te bewerkstelligen:
het is daarom belangrijk dat fors wordt geïnvesteerd in
de verdere bewustwording van consumenten. De uitdaging
is om mensen als consument en burger te betrekken bij
het energievraagstuk. Gedragsveranderingsprogramma’s
zoals EcoTeam, of Global Action Plan sorteren effect en
verdienen navolging.
- Duurzaamheidscertificering. D66 is voorstander
van certificering van bedrijven op het gebied van
duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord
ondernemen, analoog aan bestaande ISO-systemen.
- Kiloknallertax. Via het BTW-tarief kan de
overheid gericht de groei in de consumptie van
bepaalde belastende producten zoals vlees
ontmoedigen. (Zie ook het hoofdstuk ‘Anders
verdienen en verdelen’).
- Transparante energierekening. D66 wil dat
energierekeningen eenvoudiger worden. De wildgroei
aan gecompliceerde energiecontracten moet worden
verminderd door in samenspraak met de sector het
aantal contractvormen te beperken. Zo kunnen
consumenten makkelijker aanbiedingen vergelijken en
bewuster omgaan met hun energieverbruik.
Gelijk speelveld en de vervuiler betaalt
D66 wil de belasting op arbeid verlagen en de
belasting op milieubelastende consumptie verhogen. De
Nederlandse industrie is goed voor een derde van ons
totale energieverbruik. Wat D66 betreft valt hier nog
veel te winnen als het gaat om energiebesparing. Daarbij
zullen wij nadrukkelijk rekening moeten houden met de
concurrentiepositie van deze bedrijven. D66 wil deze
bedrijven de prikkels geven om zo zuinig mogelijk met
energie om te gaan, maar hen daarbij niet benadelen ten
opzichte van concurrenten die zonder beperking mogen
vervuilen of verspillen. Het huidige systeem van
energieheffing is niet eerlijk. Wie het minst gebruikt,
betaalt het meest. Voor bedrijfstakken die
internationaal opereren worden lastenverzwaringen in
Europese context ingevoerd, of in Nederland ingevoerd
met compensatie via andere belastingen.
- Veilen van emissierechten. D66 wil dat
emissierechten zo snel mogelijk worden geveild in
plaats van gratis toegekend. Momenteel vallen de
zware industrie en energiebedrijven onder het
Europese emissiehandelssysteem (ETS). Het ETS zet
een plafond op de uitstoot van CO2; indien een
bedrijf meer wil uitstoten dan dit plafond, moet het
emissierechten kopen van een bedrijf dat teveel
heeft, bijvoorbeeld omdat dat bedrijf geïnvesteerd
heeft in schonere productie. Het grote nadeel van
emissiehandel is dat de prijs volatiel is. Dit
schrikt investeringen in schone technologieën af,
omdat deze gebaat zijn bij een stabiele CO2-prijs.
D66 wil daarom dat Nederland zich inspant om in
Europees verband te pleiten voor een prijsvloer voor
emissierechten, al dan niet in combinatie met een
CO2-belasting.
- Nivelleren van tarieven. D66 wil dat het
bestaande verschil tussen de
energiebelastingtarieven van kleinen
grootverbruikers wordt gelijkgetrokken (schijf twee
en drie gelijkstellen aan schijf een). Tevens moet
een betere differentiatie naar CO2-uitstoot
plaatsvinden. Nu gelden fiscale kortingen voor met
name de energie-intensieve industrie, bijvoorbeeld
voor bedrijven die zich aangesloten hebben bij een
meerjarenafspraak. D66 wil deze uitzonderingen
geleidelijk en gefaseerd afschaffen.
- Europese afstemming. Voor alle bedrijven die
niet onder het Europese emissiehandelssysteem
vallen, dient de aangepaste energieheffing te gelden
en daarnaast een CO2-component te worden berekend.
De vergroening van de belastingen mag echter niet
tot te grote negatieve concurrentie-effecten leiden.
Daarom is Europese afstemming noodzakelijk, of
compensatie binnen de CO2-boekhouding waarbij
bedrijven die teveel CO2 produceren rechten moeten
kopen van hen die beneden de norm werken.
- Vergroening van Onroerende Zaak Belasting (OZB).
D66 wil de hoogte van de OZB mede afhankelijk maken
van het gebouw toebedeelde Energielabel, waardoor
deze belastingen gediversifieerd worden in
zuinigheidscategorieën. Gezien de lokale diversiteit
van de hoogte van de OZB, kunnen steeds vanuit het
lokaal vastgestelde middentarief de overige
categorieën tarieven berekend worden op basis van
een landelijk geldende staffel met procentuele
toeslagen en kortingen. De invoering hiervan is
afhankelijk van een efficiënt en effectief
administratief systeem. Als alternatief kan het
eigen woningforfait mede afhankelijk worden gemaakt
van het energielabel. Verduurzaming van
grootschalige en kleinschalige energieopwekking D66
zet in op decentrale energieopwekking. Hier is veel
potentieel en als bijkomend effect raken burgers en
bedrijven zo meer betrokken bij energieproductie en
– consumptie. Daarnaast blijft grootschalige
energieopwekking nodig, maar moet deze duurzamer.
D66 kiest voor grootschalige energieopwekking met
wind op zee, voor grootschalige zonne-energie en
voor flexibele gascentrales als overgangsbrandstof.
Van de eindige fossiele brandstoffen vindt D66
aardgas de meest geschikte “transitiebrandstof” als
tijdelijke overbrugging naar een volledig duurzame
energiemix. D66 heeft een ambitieuze energieagenda
en wil de Nederlandse ambitie niet loslaten. Om deze
ambitie te verwezenlijken voor de energiemix warmte,
transport en elektriciteit, moet elektriciteit de
grootste transitie realiseren. D66 wil een aandeel
duurzame elektriciteit van 35% in 2020.
- Financiering duurzame energie. Meer dan de helft
van de Nederlandse energiesubsidies blijft onbenut.
Potentiële investeerders worden afgeschrikt door een
onaantrekkelijke combinatie van rendement en risico,
bureaucratie en onvoorspelbaarheid van de overheid.
Met name kleine projecten vinden geen doorgang. De
financiering van duurzame energie moet voorspelbaar,
transparant en simpel zijn. D66 wil een zogeheten
Feed-in tarief instellen met het volgende doel: het
betrekken van burgers en ondernemers bij deze
energietransitie en het stimuleren van innovatie van
kleinschalige projecten. Dit houdt in dat de
kleinverbruiker die zelf energie opwekt,
bijvoorbeeld met zonnepanelen, zijn overtollige
stroom tegen een tevoren vastgesteld tarief terug
mag leveren aan het net. Dat tarief wordt jaarlijks
door de overheid vastgesteld op basis van de dan
geldende tarieven voor grijze stroom en geldt voor
een periode van 20 jaar. Dit geeft een
investeringszekerheid, die bijvoorbeeld in Duitsland
tot een sterke groei van groene stroom heeft geleid.
De regeling moet een open einde kennen zodat burgers
en bedrijven die in projecten investeren meer
zekerheid hebben. De duurzame energie dient
daarnaast voorrang te krijgen op het net en de
regeling moet gefinancierd worden via de
energierekening. In de eerste instantie is de
regeling bedoeld voor zon-PV, wind-op-land, en
biogas, maar nieuwe veelbelovende technologieën
moeten in de toekomst ook kunnen profiteren.
- Locaties voor opwekking duurzame energie. Veel
duurzaam potentieel, bijvoorbeeld in wind-op-land,
wordt niet gerealiseerd doordat projecten vastlopen
in vergunningverlening of afstemming met lokale
overheden. Veel mogelijke opwekkingslocaties worden
niet ontwikkeld. De overheid dient een meer sturende
rol te spelen, met concrete doelstellingen. D66
pleit verder voor één vergunningenloket met een
bepaling dat als de vergunning niet binnen drie
maanden na indiening is verleend, de vergunning
automatisch goedgekeurd is.
- Wind-op-zee. Nederland moet voorop lopen in de
ontwikkeling van wind-op-zee. De procedures voor
locaties/kavels, inclusief vergunningen en
subsidies, moeten geïntegreerd uitgegeven worden
door één departement. De veiligheidsvoorschriften en
milieuregels voor wind-op-zee zijn aan herijking
toe. Door starre en achterhaalde regels worden
windparken nu onnodig ver uit de kust gerealiseerd.
In Europees verband moet een grensoverschrijdend
netwerk voor duurzame energie in de Noordzee worden
onderzocht.
- Grootschalige zonne-energie. D66 wil dat de
Europese Unie een verdrag sluit met Noord-Afrikaanse
landen over investeringen in zonne-energie aldaar en
terugleververgoedingen van zonnestroom aan het
elektriciteitsnet. Deze zonnestroom kan via
hoogspanningsnetten op basis van gelijkstroom
efficiënt naar de Noordwest-Europa getransporteerd
worden. Nederland moet actief gaan deelnemen aan het
Zonne-Energie Plan van de Mediterrane Unie en
Nederlandse bedrijven dienen te worden gestimuleerd
om deel te nemen aan het DESERTEC consortium voor de
toekomstige bouw van tot 100 GW aan zonnecentrales
in Noord-Afrika.
- Gas als transitiebrandstof. Voor D66 is aardgas
de meest geschikte ‘transitiebrandstof’ in de
overgang naar een echt duurzame energiehuishouding.
Aardgas stoot ruim de helft minder CO2 uit dan kolen
en kan bovendien in toenemende mate bijgestookt
worden met biogas. Dit is belangrijk wanneer de
betekenis van weersafhankelijke energiedragers
(vooral wind en zon) toeneemt. Een belangrijk
voordeel van gasgestookte centrales is de grote
flexibiliteit.
- Beperk kolen. D66 wil in de toekomst geen
vergunningen meer verlenen aan kolencentrales die
meer dan 350 gram CO2 per kWh elektriciteit
uitstoten. Dit betekent dat twee van de vier
centrales die nog gepland staan niet gebouwd zullen
worden. Kolencentrales zullen verplicht worden tot
het afvangen en opslaan van CO2. De overheid zal in
de beginfase de ontwikkeling van
CO2-opslagtechnologie helpen financieren.
- Geen nieuwe kerncentrales. Kernenergie kan
alleen een optie worden wanneer een samenhangend
plan voor energietransitie, waarbinnen Nederland tot
het uiterste is gegaan in energiebesparing en het
realiseren van duurzame opwekking ontoereikend is.
Energieoverschotten uit ons omringende landen moeten
nadrukkelijk meegewogen worden. Vanwege problemen
met nucleair afval, de zeer lange bouwduur (meer dan
15 jaar), eindige uraniumvoorraden en het wegdrukken
van duurzame energie is kernenergie geen goede
transitiebrandstof. Mocht onverhoopt, na alle andere
inspanningen, kernenergie toch noodzakelijk zijn dan
kan dit alleen in combinatie met wettelijke
afspraken over verduurzaming van de overige
energievoorziening.
Stimuleren innovatie. D66 verwacht van de overheid
een stimulerende rol in het opbouwen van nieuwe
industriesectoren in duurzame energie. De overheid kan
een faciliterende rol spelen in vergunningverlening, in
het steunen en opstarten van kleinschalige pilots en
door het bevorderen van de kennisinfrastructuur rond
WO/HBO/MBO.
Energieleverantie, opslag en transport
Omdat de opwekking van energie zowel ‘grootschalig
centraal’ als ‘kleinschalig decentraal’ zal
plaatsvinden, wordt de behoefte aan intelligent
transport en slimme opslag groter. Er moeten in de
komende decennia miljarden euro’s geïnvesteerd worden in
onze verouderde netwerken. Met de inzet van
netwerktechnologie en informatietechnologie moeten we de
energiesystemen ‘slimmer’ maken. D66 wil met het lokale
bestuur afspraken maken over de besteding aan dit soort
slimmere netwerken van de opbrengsten van de
vervreemding van de aandelen in NUON en Essent.
- Slimme meters. D66 is voor het gebruik van
slimme meters. Consumenten krijgen met deze meters
meer controle over hun eigen energieverbruik. In
plaats van alleen een piek- en een daltarief zijn er
dan meerdere tarieven en tariefperioden. De
investering voor ‘slimme meters’ is betrekkelijk
gering in verhouding tot de totaal benodigde
investeringen in de elektriciteitssector. Deze
investering zal zichzelf terugverdienen:
netcapaciteit zal beter worden benut en
investeringen in extra elektriciteitsproductie
zullen worden verminderd. D66 wil wel dat er een
uitzonderingsmogelijkheid bestaat voor mensen met
privacybezwaren tegen de slimme meters.
- Slimme netten. De
transitie van centrale naar meer lokale en ook lange
afstandsopwekking van elektriciteit, zal gevolgen
hebben voor de optimale inrichting van het
elektriciteitsnet. Netwerkbedrijven zullen de
netwerken moeten aanpassen. Een (geleidelijke)
transitie naar ‘slimme’ netten zal nodig zijn.
Daarbij speelt ook de keuze tussen gelijkstroom en
wisselstroom als technologie. In overleg met de (inter-)nationale
netbeheerders wil D66 verder onderzoeken of het op
de langere termijn verstandig is over te stappen op
gelijkstroom. Voor elektriciteitstransport via
hoogspanning- en laagspanningnetten biedt
gelijkstroom waarschijnlijk een beter alternatief
ten opzichte van wisselstroom, dat voor
middenspanningnetten de meest economische oplossing
blijft. Juist voor energie uit hernieuwbare bronnen
(zoals bij windparken op zee en grootschalige
zonne-energie uit Zuid Europa of Noord Afrika) zijn
‘high voltage direct current’-HVDC-verbindingen
uitstekende oplossingen. D66 wil op korte termijn
nadere pilots organiseren om de
besparingsmogelijkheden van gelijkstroom op
laagspanning niveau te ontwikkelen. De overheid moet
met netbeheerders investeren in pilots met
gelijkstroomnetten, beginnend op lokaal niveau, om
uiteindelijk een betrouwbare structuur op te bouwen.
Door de inrichting van actieve ‘slimme netten’
kunnen netbeheerders ook de opwekking en het
verbruik van elektriciteit bij consumenten
bijsturen.
- Nederland als gasrotonde. Nederland speelt een
belangrijke rol in transport, opslag en distributie
van gas in Noordwest-Europa. Middels pijplijnen en
LNG-faciliteiten kan deze rol uitgebouwd worden tot
die van een zogenaamde gasrotonde. D66 onderschrijft
deze ambitie omdat deze verder bijdraagt aan
energiezekerheid en energie-onafhankelijkheid.
Daarbij blijft de ambitie van D66 om Nederland in
2050 volledig onafhankelijk van fossiele
brandstoffen te maken uiteraard wel overeind.
- Internationale samenwerking. Europa wordt steeds
belangrijker, ook als het gaat om energie - en
milieubeleid. D66 is een groot voorstander van
verdere Europese samenwerking op dit vlak. De
energiemarkt is allang niet meer nationaal
georiënteerd; onze gas- en elektriciteitsnetwerken
zijn sterk verweven met andere landen in
Noordwest-Europa. D66 wil zich inzetten om meer
inter-connecties zoals de NorNed-kabel van Noorwegen
naar Nederland te krijgen. Europa moet
internationale samenwerkingsverbanden realiseren om
ook investeringen in grootschalige energieopwekking
uit hernieuwbare bronnen buiten de EU te stimuleren.
Duurzaamheid en bestuurlijke vernieuwing
Meer daadkracht en minder bureaucratie vragen ook om
bestuurlijke vernieuwing. D66 wil dat Energie en
Klimaatbeleid in één hand komt, zoals in landen als
Denemarken, Verenigd Koninkrijk, en Duitsland. Door
bundeling van werkvelden en de daaruit volgende
bestuurlijke slagkracht kan de centrale overheid de
transitie maken van het formuleren naar het realiseren
van ambities.
- Interregionale regulering. D66 vindt dat het
tijd is om het toezicht en de regulering van de
energiemarkten naar een hoger niveau te brengen.
Leveranciers en netbeheerders opereren in de
praktijk al op Noordwest Europese schaal.
Terug
|